Column
Laatst aangepast op woensdag, 05 januari 2011 22:58
Onzichtbaar?!
Ik denk wel eens: Hoe zou het zijn wanneer ik géén zichtbare beperkingen zou hebben? Hoe zou het voelen wanneer ik me gewoon op straat zou kunnen vertonen zonder dat er openlijk of besmuikt naar mij gestaard wordt? Als puber vond ik het rot dat ze steeds naar mij keken, maar nu allang niet meer. Ik heb mezelf getroost met de gedachte dat het heel gewoon is dat er gekeken wordt naar zo'n klein mens in een rolstoel; per slot van rekening kijk ík ook naar iets opvallends.

Het heeft overigens ook voordelen om zichtbaar beperkt te zijn: ik hoef nooit te vragen of ze de deur voor me open houden, dat doet men vanzelf wel. En ik koester (nou ja, koesteren?...) me in hun bewondering wanneer ik met mijn rolstoel uit de auto stap en ik ze zie denken: "Zo gehandicapt en dan toch autorijden?". Dat zou ik allemaal missen wanneer je mijn beperkingen niet zou zien.
Hoe is dat eigenlijk voor mensen met bijvoorbeeld suikerziekte? Of voor doven? Je wordt net zo goed belemmerd in je functioneren, maar dat moet je dan steeds uitleggen. "Dat mag ik niet hebben, want ik heb een suikervrij dieet." Of: "Wilt u duidelijk spreken want...", enzovoort. Daarmee word je zelf ook steeds met je neus boven op je handicap gedrukt. Fijn is wel dat je (ogenschijnlijk?) meer gewoon mee kunt doen. Als het niet expliciet nodig is, hoef je het niet te vermelden. Zou ik dat willen? In eerste instantie lijkt het wel gemakkelijker, maar is dat wel zo? Daar kom ik niet uit.
Vroeger spraken kinderen mij aan met de vraag: "Ben je nu een kind of een groot mens?" En vorige week hoorde ik op straat een kind roepen: "Kijk, een klein omaatje!" Tja, zulke grappige ervaringen wil ik eigenlijk niet missen!
AnneMieke Bökkerink
