“Blinde mensen wíllen wel naar de horeca, maar ze zijn niet welkom”

braillemenukaart
braillemenukaart

Onze notulist Dennis ten Boske die blind is, voelt zich in horecazaken regelmatig niet welkom omdat er geen menukaarten in braille voorhanden zijn. Zo’n menukaart is echter makkelijk te maken – en bovendien wettelijk verplicht, zo schrijft hij in dit opiniestuk. Dit verscheen in het Parool afgelopen september.

“Er komen hier geen blinden.” “Dat is een zin die ik in de horeca vaker heb gehoord dan me lief is,” aldus Dennis. “Soms uitgesproken met verbazing, soms met een vleugje irritatie, maar altijd met dezelfde onderliggende boodschap: toegankelijkheid is optioneel. En ik, als blinde klant, ben blijkbaar een uitzondering. Een uitzondering die men liever negeert dan faciliteert.”

“Ik bezoek de horeca regelmatig. Niet als activist, maar als consument. Ik wil kunnen kiezen wat ik eet of drink, zelfstandig, zonder afhankelijk te zijn van de goodwill van personeel of medebezoekers. Daarom bied ik al jaren braillemenukaarten aan als dienst – niet om er rijk van te worden, maar omdat ik vind dat elke horecagelegenheid minstens één braillekaart zou moeten hebben. Niet als luxe, maar als basisvoorziening.”

Tegenwerking

“Toch stuit ik keer op keer op tegenwerking,” vervolgt Dennis. “Daar beginnen we niet aan.” “Dat kost geld.” “Dan moeten we ook menukaarten in het Engels, Frans en Duits gaan maken.” “Alsof braille geen leesvorm, maar een marketingtaal is. Alsof toegankelijkheid een domino-effect is dat koste wat kost vermeden moet worden. Alsof ik niet besta!”

“Maar ik besta wel. En ik ben niet alleen. De reden dat blinde mensen zelden in de horeca worden gezien, komt niet doordat zij er niet willen zijn, maar omdat ze er niet welkom zijn. Toegankelijkheid werkt niet reactief. Je moet toegankelijk zijn voordat mensen komen. Dat is geen idealisme, dat is logica.”

En het is ook een wettelijke verplichting. Nederland heeft het VN-verdrag Handicap ondertekend, waarin staat dat mensen met een beperking recht hebben op zelfstandige toegang tot goederen en diensten. Dit betekent dat bedrijven, waaronder horecazaken, redelijke aanpassingen moeten treffen om uitsluiting te voorkomen. Een braillemenukaart is zo’n aanpassing: eenvoudig, betaalbaar en essentieel.

Gebrek aan prioriteit

“Toegankelijkheid mag geen gunst zijn die pas wordt overwogen als iemand zich meldt,” zegt Dennis. “Het moet vooraf geregeld zijn – zoals het verdrag voorschrijft. De horeca investeert moeiteloos in QR-codes, designmenu’s, seizoensdrukwerk en Instagram-posts. Maar een braillekaart van een paar tientjes is teveel gedoe. Dat is geen kwestie van geld, dat is een gebrek aan prioriteit. En dat raakt aan een bredere maatschappelijke blindheid: toegankelijkheid wordt pas serieus genomen als het commercieel rendeert. Maar gastvrijheid is geen businessmodel, het is een houding.”

“Ik ben ondernemer én klant. Ik weet wat het kost om braille toegankelijk te maken. Ik weet ook wat het oplevert: zelfstandigheid, waardigheid, en een samenleving waarin mensen niet worden uitgesloten op basis van hun leesvorm. En ik weet hoe het voelt om genegeerd te worden terwijl je letterlijk aan tafel zit.”

Een gebaar

“Ik pleit voor een simpele norm: elke horecagelegenheid moet minstens één braillemenukaart hebben. Niet omdat ik ze allemaal wil maken – al zou ik dat met liefde doen – maar omdat ik als klant recht heb op dezelfde toegang als ieder ander. Braille is geen extraatje. Het is een brug naar gelijkwaardigheid.

En voor wie nog twijfelt: dit is geen pleidooi voor perfectie. Het is een oproep tot het minimale. Eén kaart. Eén gebaar. Eén stap richting een horeca die niet alleen serveert, maar ook ziet.”