Op stap? Vergeet je toegankelijkheidsonderzoek niet…

Op stap met Dees

Dees is voorzitter van de Wmo-cliëntenraad. Ze gebruikt een rolstoel en wil graag haar laatste ervaring delen over blokkades die ze is tegengekomen.

op stap met een rolstoel
op stap met een rolstoel

Op stap? Vergeet je toegankelijkheidsonderzoek niet…

Hiep hiep hoera! De gemeente Utrecht is jarig. Er is een groot feest in TivoliVredenburg en Dees van Bokhorst, voorzitter van de Wmo-Cliëntenraad, is van harte uitgenodigd. Iedereen is welkom. Nou ja… iedereen.

Dees gebruikt een rolstoel. Dat betekent dat je op zo’n feest niet alleen een feestoutfit nodig hebt, maar ook een flinke dosis creativiteit.

“Ik had netjes een rolstoelplek,” vertelt Dees. “Maar toen ik wilde netwerken kwam ik nergens doorheen. Overal stonden benen, statafels en groepjes mensen. Vanuit een rolstoel kijk je vooral tegen bilpartijen en broekspijpen aan. Met de mensen die ik wilde spreken kwam ik dus niet in contact.”

Technisch gezien was ze aanwezig. Meedoen is blijkbaar een andere categorie.

Toegankelijk? Zeker! Alleen de ingang niet

Even later staat een inspiratiebijeenkomst bij Stichting SECU op het programma. Voor de zekerheid vraagt Dees vooraf of de locatie toegankelijk is. Ze heeft inmiddels geleerd dat je zoiets beter niet kunt aannemen.

“Natuurlijk,” krijgt ze te horen.

Eenmaal aangekomen ligt er een flinke drempel voor de deur.

De deur zelf is breed genoeg. Missie geslaagd, zou je denken. Dat je de deur vervolgens niet kunt bereiken omdat er een soort mini-Alpe d’Huez voor ligt, is kennelijk een detail. “Met twee ouderwetse gymbankjes die op stenen werden gezet maakte ik met veel bekijks mijn entree als een soort circusartiest,” vertelt Dees. “Maar ‘je bent binnen!’ wordt er gezegd. Ik lachte beleefd, maar dacht: wat is dit bizar allemaal!”

Inclusie, zolang je alleen bent

Dan organiseert de Vrijwilligerscentrale een netwerkbijeenkomst in het Louis Hartlooper Complex. Een mooie kans om nieuwe raadsleden te ontmoeten. Belangrijk voor haar werk.

Alleen blijken de organisatoren verrast dat er… meerdere rolstoelgebruikers komen.

Niet één.

Maar drie!

In de bioscoopzaal is ruimte voor twee rolstoelen. De derde mag het uitzoeken. Na de plenaire bijeenkomst verhuist iedereen naar de foyer om te netwerken. Tenminste, iedereen die daar kan komen.

“We bleven met onze rolstoelen in de gang staan,” vertelt Dees. “Er werd gezegd dat de raadsleden wel naar óns toe zouden komen. Dat moesten we dan maar afwachten, we zaten bij de ingang van het complex. Daar lopen veel mensen in en uit wat extra prikkels geeft. En voor ons gevoel zaten we ver bij iedereen vandaan. We konden zo niet goed meedoen. Ik ben huilend naar huis gegaan, zo boos was ik. Natuurlijk zijn er excuses gemaakt, zelfs meerdere malen. Maar voor mij heeft dat woord ‘excuus’, inmiddels alle waarde verloren. Ik hoor dat te vaak zonder dat ik verbetering zie.”

De boot gemist, letterlijk

Nog een jubileum. De Vrijwilligerscentrale Utrecht bestaat 40 jaar. Vrijwilligers mogen mee op een dinerboot, daarna borrelen bij Grand Hotel Karel V.

Klinkt gezellig.

Behalve als je in een rolstoel zit.

De dinerboot blijkt niet toegankelijk. Dat ontdek je natuurlijk pas nadat de uitnodiging is verstuurd. Gelukkig hoort Dees toevallig over de Droomboot: een toegankelijke sloep.

“Ik ben vier dagen bezig geweest met de organisatie om te overleggen hoe zij alles toegankelijk konden organiseren, zodat vier mensen van de Wmo-cliëntenraad mee konden met de Droomboot.”

Vier dagen organiseren. Voor één middagje ontspanning.

Het lukt gelukkig. Het wordt zelfs een fantastische dag. Het eten wordt naar de boot gebracht, omdat iedereen van boord krijgen nogal wat tijd kost.

Daarna volgt de borrel bij Grand Hotel Karel V.

En jawel: Statafels. Benen. Geen ruimte om te netwerken.

“We bleven maar bij elkaar. Gezellig hoor, maar gelijkwaardig meedoen was het niet.”

Het echte voorprogramma

Voor veel mensen begint een avondje uit met bedenken wat ze aantrekken. Voor iemand met een beperking begint het met een compleet toegankelijkheidsonderzoek.

Kan ik er komen?

Kan ik naar binnen?

Kan ik naar het toilet?

Kan ik me vrij bewegen?

Kan ik meedoen aan wat iedereen doet?

Of ben ik vooral decor? Oogt het goed voor de organisatie als er een rolstoelgebruiker is?

“Vaak denk ik uiteindelijk: laat maar. Ik blijf wel thuis.”

En precies daar zit misschien wel het grootste probleem.

Mensen worden niet altijd actief buitengesloten. Ze sluiten zichzelf uiteindelijk maar buiten, omdat iedere activiteit voelt als een logistieke militaire operatie waarvoor eerst een haalbaarheidsstudie moet worden uitgevoerd.

Toegankelijkheid is geen bijzaak

Bij SOLGU horen we deze verhalen dagelijks.

Van mensen die niet meer geloven dat er écht aan hen is gedacht.

Van mensen die uitgeput raken van het zoeken naar informatie over drempels, liften, toiletten en parkeerplaatsen.

Die informatie moet veel beter vindbaar zijn, bijvoorbeeld via Wheelmap en apps die toegankelijke locaties en gehandicaptenparkeerplaatsen laten zien.

Maar uiteindelijk is informatie alleen niet genoeg.

Toegankelijkheid kun je niet op het laatste moment “even regelen”. Het is geen checklist die je vijf minuten voor een evenement afvinkt. Het moet vanaf het eerste idee onderdeel zijn van de organisatie. Niet alleen de deur moet breed genoeg zijn; ook de route, het parkeren, de inrichting, het toilet, de activiteit, de borrel en de accommodatie moeten kloppen.

Dat is een vak.

En dat werk hoort niet terecht te komen bij degene die gewoon een leuke middag of avond uit wil.

Want pas als niemand meer eerst uitgebreid hoeft uit te zoeken óf en hóé hij ergens kan meedoen, is meedoen echt gelijkwaardig.

“Ik kies er nu voor om die toegankelijkheidsblokkades zichtbaar en hoorbaar te maken,” zegt Dees. “Ik wil niet meer denken ‘laat ook maar’. Want het gaat niet alleen om mij, maar om iedereen met een beperking in de stad die hier tegenaan loopt. Dat is ook de reden waarom ik me wil inzetten als voorzitter van de Wmo-Clliëntenraad.”